Nieuws

Chemo-immunotherapie met rituximab niet effectief als tweede behandeling CLL

Chemo-immunotherapie met rituximab lijkt geen toegevoegde waarde te hebben bij patiënten met chronische lymfatische leukemie (CLL), die al eerder behandeld zijn. Bij de eerste behandeling heeft rituximab wel toegevoegde waarde.

Stop_Hand_Domino_Behandeling_Foto_Ivana Divisova_660X440

Dat zijn de belangrijkste conclusies van een onderzoek dat Lina van der Straten (Albert Schweitzer Ziekenhuis, IKNL) deed in samenwerking met onder andere internist-hematoloog Arnon Kater (Amsterdam UMC). Chemo-immunotherapie met rituximab is een vaak gebruikte eerstelijnsbehandeling voor CLL-patiënten. Rituximab is dan het 'immunotherapie'-gedeelte van de behandeling.

Overleving hoger bij eerste behandeling
Bij de patiënten met een eerstelijnsbehandeling werd twee derde behandeld met alleen chemotherapie en een derde met chemotherapie plus rituximab. De behandelingsvrije overleving was duidelijk hoger in deze laatste groep: 67,1 versus 19,7 maanden. Bij patiënten met een tweede behandeling kreeg iets meer dan de helft van de patiënten enkel chemotherapie en de rest chemotherapie met rituximab. De behandelingsvrije overleving was hier ongeveer gelijk voor beide groepen. De mogelijkheid dat patiënten die eerder met rituximab zijn behandeld in een volgende behandeling resistent zijn, is uitgesloten.

Waarde rituximab bevestigd
Van der Straten concludeert dat de toegevoegde waarde van chemo-immunotherapie met rituximab als eerste behandeling bij CLL wordt bevestigd. In de tweedelijnsbehandeling lijkt rituximab echter geen toegevoegde waarde te hebben. Toekomstige studies moeten nog aantonen of behandeling met nieuwe middelen de uitkomsten van patiënten die toekomen aan een tweede behandeling kunnen verbeteren. Het gaat hierbij om middelen als ibrutinib en rituximab-venetoclax.

Beeld: Ivana Divisova